Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BB9233

Datum uitspraak2007-12-04
Datum gepubliceerd2007-12-10
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Breda
Zaaknummers458043 ov 07-2858
Statusgepubliceerd
SectorSector kanton


Indicatie

verwerende partij schriftelijk verweer gevoerd, en verschenen op mondelinge behandeling, ter zitting erkend dat de door verzoekende partij gespecificeerde werkzaamheden zijn verricht


Uitspraak

RECHTBANK BREDA Sector kanton Locatie Bergen op Zoom zaak/rolnr.: 458043 OV VERZ 07-2858 beschikking d.d. 4 december 2007 op een verzoekschrift van de besloten vennootschap WEHKAMP B.V., gevestigd te Zwolle, verzoekende partij, gemachtigde: gerechtsdeurwaarder M.G. de Jong te Arnhem, tegen [verweerder], wonende te [adres], verwerende partij, procederend in persoon. 1. Het verloop van het geding 1.1 De procesgang blijkt uit: - het op 12 september 2007 ter griffie binnengekomen verzoekschrift, met bijlagen, - het verweerschrift; - de akte houdende bewijs ten behoeve van mondelinge behandeling van de zijde van verzoekende partij; - de aantekeningen van de griffier tijdens de mondelinge behandeling van 27 november 2007. De inhoud van deze stukken geldt als hier ingelast. 2. Het verzoek en de beoordeling 2.1 Het verzoek strekt tot het afgeven van een bevelschrift, waarin verwerende partij wordt bevolen om aan verzoekende partij een bedrag ter zake van nakosten te betalen. 2.2 In de procedure tussen partijen met zaaknummer 356321 CV EXPL 05-3210 heeft de kantonrechter bij vonnis van 22 juni 2005 de vordering van verzoekende partij toegewezen en verwerende partij volledig veroordeeld in de proceskosten, tot aan de datum van de uitspraak begroot op € 441,43, waarvan € 175,00 aan salaris voor de gemachtigde van verzoekende partij. 2.3 Verzoekende partij heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd dat na deze rechterlijke uitspraak kosten in de zin van artikel 237 lid 4 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) zijn gemaakt teneinde verwerende partij tot nakoming van haar verplichtingen uit hoofde van het vonnis te bewegen. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft verzoekende partij die werkzaamheden bij akte gespecificeerd. 2.4 De verwerende partij heeft aangevoerd dat tussen partijen inmiddels een betalingsregeling is getroffen. Tijdens de mondelinge behandeling heeft zij erkend dat verzoekende partij de gestelde werkzaamheden heeft verricht. 2.5 Nu vaststaat dat de door verzoekende partij gestelde werkzaamheden zijn verricht zal het verzoek worden toegewezen. Het nasalaris van de gemachtigde van verzoekende partij zal conform het geldende liquidatietarief worden vastgesteld op € 87,50. 3. De beslissing De kantonrechter: - wijst het verzoek toe en stelt de nakosten, zoals bedoeld in artikel 237 lid 4 Rv, vast op € 87,50; - beveelt verwerende partij dit bedrag tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan verzoekende partij te betalen. Deze beschikking is gegeven door mr. W.E.M. Verjans, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 december 2007, in tegenwoordigheid van de griffier.